‘Iedere strekkende meter is anders’

Publicatie in: Kamerbode, magazine van de Tweede Kamer

Ghiel van de Meeberg is algemeen projectdirecteur namens de aannemingsbedrijven die werken aan de renovatie van de Tweede Kamergebouwen aan het Binnenhof. Daarmee heeft hij een grote en ingewikkelde operatie onder handen. “De complexiteit van dit project maakt het leuk.”

Toen de Kamerbewoners nog niet eens begonnen waren met dozen inpakken om naar B67 te verhuizen, was Ghiel van de Meeberg al volop bezig met de renovatie van de gebouwen aan het Binnenhof. Sinds 2018 is hij bij het project betrokken, sinds juni 2020 vult het zijn werkweek volledig. Hij is het aanspreekpunt voor het Rijksvastgoedbedrijf en voor het overkoepelende programmateam dat overzicht houdt over de totale renovatie van het Binnenhof.

Hoe zien zijn werkdagen eruit? Terwijl we door gebouw J struinen, bouwlaarzen en veiligheidshesje aan en helmen op, vertelt hij: “Veel overleggen natuurlijk, dat hoort erbij. Maar ik zit ook dicht op de werkzaamheden. Met de bouwmanager maak ik regelmatig rondjes door het gebouw, eigenlijk steeds met diezelfde vraag: is het mogelijk het ontwerp uit te voeren of moeten er aanpassingen worden gedaan?”

Bewerkelijk

Hij noemt het Tweede Kamercomplex ‘fantastisch’. “Iedere strekkende meter is anders, je kunt nergens werk repeteren. Dat maakt het mooi en ook enorm bewerkelijk.” Van de Meeberg is wel iets gewend: hij heeft ook de renovatie van het Rijksmuseum in Amsterdam ‘gedaan’. Nòg meer vierkante meters, maar: “Dat was toch overzichtelijker. Hier heb je met meerdere gebouwen te maken die heel uiteenlopend zijn: qua architectuur, qua periode van herkomst, qua gebruik.”

Wat opvalt: in veel gangen en kamers zijn nu houten voorzetwanden geplaatst. En waar ze nog niet staan, worden ze ter plekke gezaagd. Muren, ramen en ook plafonds worden op deze manier bedekt. Allemaal ter bescherming voor wanneer straks het echte hak- en breekwerk losbarst.

Ghiel van de Meeberg in de Statenpassage aan het Binnenhof, bij dozen materiaal dat voor hergebruik in aanmerking komt.

Techniek in ontwerp

De grootste uitdaging van deze fase van het project is om de nieuwe techniek, noodzakelijk om het gebouw goed leefbaar en duurzaam te maken voor de Kamerbewoners, in te passen in het definitieve ontwerp. Het gaat bijvoorbeeld om klimaatinstallaties, luchtbehandeling en audiovisuele verbindingen. Momenteel wordt minutieus onderzocht hoe dat kan. Van de Meeberg: “We zitten nu op 60 procent van dat onderzoek. Daarbij kom je van alles tegen.”

De grootste verrassing: plafonds achter plafonds. “Soms kwam er bij de onderzoeken een monumentaal plafond achter een systeemplaten plafond vandaan.” Die systeemplaten worden overigens vermalen en gebruikt om wandpanelen te isoleren, één van de vele voorbeelden van materialenhergebruik bij de renovatie.

Een andere uitdaging is om duurzame werktuigen in te zetten. Trucks, kranen, tractoren: zo veel mogelijk apparaten die werken op elektriciteit. Ook drones spelen een rol: “Zo kunnen we veel gemakkelijker de buitenkant inspecteren en gericht onderzoek doen naar bijvoorbeeld lekken in het dak.”

Architecten

Behalve met het Rijksvastgoedbedrijf en het overkoepelende programmateam, heeft Ghiel van de Meeberg te maken met verschillende architecten. De gebouwdelen zijn ondergebracht bij architectenbureaus die gespecialiseerd zijn in bouwstijl en/of historie. “Dat maakt het geheel nog iets complexer ja. Maar voor mij ook nòg leuker.”

Voor de renovatie van de Tweede Kamergebouwen aan het Binnenhof zijn drie TBI (groep van techniek-, bouw- en infra) -bedrijven aangesteld. J.P. van Eesteren verzorgt de bouwactiviteiten, Croonwolter&dros realiseert de installaties en aannemingsbedrijf Nico de Bont neemt de restauratiewerkzaamheden van de rijksmonumenten voor zijn rekening.

Stuur artikel door