J.P. van Eesteren transformeert opnieuw Amsterdamse grachtenpanden tot modern kantoor

20 jan 2020

Achtergracht Amsterdam (c) Bert Rietberg

Achtergracht Amsterdam. Foto: Bert Rietberg

Grootschalige vernieuwing legt basis voor modern kantoor in historisch jasje

Opnieuw transformeert J.P. van Eesteren een reeks Amsterdamse grachtenpanden tot een modern, duurzaam kantoorgebouw. De gespecialiseerde afdeling Verbouw, Onderhoud en Renovatie (VOR) leverde het project Achtergracht 4-22 op: de transformatie van maar liefst 6.000 m2 aan kantooroppervlak in een reeks geschakelde grachtenpanden.

J.P. van Eesteren heeft een lange historie met de panden. De afdeling VOR onderhield de zogeheten Kalenderpakhuizen jarenlang, in de tijd dat ze nog van De Nederlandsche Bank waren. Na verkoop ontstond er in 2018 een hernieuwd contact dat uiteindelijk leidde tot de opdracht de panden te transformeren in een moderne kantooromgeving.

Binnen het project is een nieuwe entree gecreëerd en is één van de dragende bouwmuren over twee verdiepingen vervangen door een staalconstructie. Daarnaast zijn diverse doorbraken en vides gerealiseerd om de lichtinval te verbeteren. Het gebouw kent twee atriums met nieuwe stalen trappen, die meer dan 3,5 meter uitkragen. Verder zijn de installaties aangepast aan een multi-tenant indeling en is de elektra volledig vernieuwd. Het gebouw wordt door J.P. van Eesteren in een tamelijk ruwe vorm opgeleverd aangezien de complete afwerking gebeurt na overleg met de huurders. De totale opdrachtsom bedraagt circa € 5 miljoen.

Erno van Es was als werkorganisator namens J.P. van Eesteren vanaf het allereerste begin bij het project betrokken: “Er is veel creativiteit in dit pand gaan zitten. We kregen van de architect Leon van Ooijen van opdrachtgever Metroprop bijzonder veel ruimte om technische issues zelfstandig op te lossen; en bij architectonische vraagstukken mee te denken. Dat meedenken over mooie en slimme oplossingen, dat past bij onze organisatie.”

  • Foto: Bert Rietberg

  • Foto: Bert Rietberg

  • Foto: Bert Rietberg

  • Foto: Bert Rietberg