The little green deck

31 mrt 2021

Michael Venderbos, directeur Klant en Markt J.P. van Eesteren

Ingenieus dak zorgt voor een groene leefwereld en droge voeten

Wie wil bouwen in de stad moet tegenwoordig met veel meer aspecten rekening houden dan vroeger. Een uitdaging voor het innovatief vermogen van projectontwikkelaars. Het Rotterdamse Little C lost die belofte op meerdere vlakken in; ook op het gebied van watermanagement. “Ik kan echt genieten van zo’n low tech-oplossing.”

Uitstoot, parkeercapaciteit, circulariteit, social return, biodiversiteit, energiebesparing… projectontwikkelaars, zoals in dit geval J.P. van Eesteren en ERA Contour, worden geacht ook een veelheid aan maatschappelijke opgaven in hun creaties te verwerken. In de stedelijke omgeving is daar de laatste jaren de aandacht voor watermanagement nadrukkelijk bijgekomen. “Door klimaatverandering krijgen we steeds meer te maken met lange perioden van droogte, maar ook enorme hoosbuien”, aldus Michael Venderbos, directeur Klant en Markt bij J.P. van Eesteren. “De afvoer, maar eveneens buffering van water, krijgt in onze projecten dan ook steeds meer prioriteit.”

Het artikel gaat verder onder de video.

Cor Geluk, mede-oprichter Complex Urban Landscape Design (CULD)

Multifunctioneel dakgebruik in Rotterdam

Rotterdam heeft een Multifunctioneel Dakenprogramma waarbij aandacht is voor de ruimte op de platte daken in de stad. Marloes Gout, adviseur duurzaamheid Gemeente Rotterdam: “Ruimte in de stad is schaars. Er is echter nog zo veel plat dak beschikbaar dat niet gebruikt wordt. Dat kun je aanwenden voor zaken als vergroening en waterberging, maar ook voor bijvoorbeeld ontspanning op een dakterras.”

Bij Little C, een nieuw stukje stad dat uit vijftien gebouwen bestaat, vallen die opgaven wonderwel samen met het bijzondere concept dat alom bewondering oogst voor de sfeervolle, on-Nederlandse uitstraling. “Dat klopt”, aldus Cor Geluk, partner en mede-oprichter van Complex Urban Landscape Design (CULD). “Het is een knipoog naar New York, maar dan liever en kleiner; zoals de hofjes in Berlijn.” Het vloeit volgens de landschapsarchitect voort uit de bijzondere manier waarop het ontwerp is aangepakt. “Binnen CULD hebben we zowel de architectuur van de gebouwen als de invulling van de omgeving geïntegreerd mogen ontwikkelen. Het is één beeld geworden waarbij de overgang tussen binnen- en buitenruimte zo ‘zacht’ is, dat het gevoelsmatig samenvloeit. Zo zijn er collectieve daktuinen, balkons met smeedijzeren hekken en loopbruggen die de gebouwen verbinden. Overal voel je je verbonden met buiten. Ook op de begane grond moet het dus leuk zijn. Kwaliteit op maaiveld was één van onze uitgangspunten.”

Fijnkorrelig

Waar, met name in ‘skyscrape’ Rotterdam, de plint vaak wordt gebruikt voor bergingen en opgangen, kenmerkt Little C zich juist door smalle steegjes, openslaande deuren en knusse pleintjes tussen de gebouwen. “Fijnkorrelig noemen we dat in jargon. Kleine ruimten met verbindingen. Het geeft enorm veel sfeer. Dat komt ook door het gebruik van robuuste materialen, zoals beton, staal en grote tegels; zeker in combinatie met het vele groen dat we toegevoegd hebben voor de informaliteit.” Behalve dat is groen ook een probaat middel om hittestress in steden te lijf te gaan. Venderbos: “Het zorgt ervoor dat je de temperatuur meer onder controle kunt houden.”

Geluk heeft in zijn loopbaan veel ervaring opgedaan met ‘verticaal groen’ bij projecten. “Je bent doorgaans toch afhankelijk van pompen en elektriciteit om de watervoorziening en afwatering te regelen. Dat is storings- en onderhoudsgevoelig.” Venderbos vult aan: “Met al deze aspecten zijn we bij Little C aan de slag gegaan om een oplossing te vinden, waarbij we zeker buiten de gebaande paden zijn gegaan en de markt uitgedaagd hebben om innovatief mee te denken.” Een voorstel van de groenvoorziener van het project, Van Helvoirt, heeft ertoe geleid dat over het gehele oppervlak van het project, tussen de bebouwing en ook onder de bestrating, op maaiveldniveau een retentiedak is aangebracht. “Of retentiedek; het is maar net hoe je het bekijkt. Het is het dak van de parkeergarage, maar tegelijkertijd de begane grond waarop zich de pleintjes en steegjes bevinden, mensen lopen en heel veel groen aangeplant is.”

Loze laag

Het retentiedak vormt in wezen een ‘loze’ laag die zich over de complete vijfduizend vierkante meter van het terrein uitstrekt. Hierin kan tot 7,5 centimeter regenwater opgevangen en gebufferd worden. “Voor ons als ontwikkelaars en bouwers was het zaak om deze oplossing in te passen in het ontwerp. Dat was best een uitdaging want het bouwterrein kent bijvoorbeeld een hoogteverschil van zo’n 2,5 meter. Dit hebben we vanuit het ontwerp opgelost door het dek grofweg op drie niveaus aan te leggen.” Ook moest elke dekfase na het aanbrengen van de dakbedekking onder water gezet worden om te controleren op lekkages. Uiteindelijk ligt het retentiedak er mooi strak in en levert daarmee niet alleen een grote bijdrage aan de waterberging, maar dus ook aan de vergroening. “We hebben het ook enorm stevig ingebouwd. Zwaar verkeer kan er bijvoorbeeld gewoon overheen rijden.”

Geluk: “Het slimme van dit dak van Optigrün is dat het zo ontzettend eenvoudig van opzet is.” De loze ruimte is opgebouwd uit een laag van ‘kratjes’. Het water wordt via een ingenieus systeem automatisch gebruikt om het groen er bovenop te irrigeren, dan wel om gedoseerd terug te leveren aan het riool. “Geen pompen, geen elektriciteit. Het is innovatief, maar dan ‘low tech’. Daar kan ik echt van genieten!” Venderbos vult aan: “En uiteindelijk is het systeem onzichtbaar verwerkt. Je merkt er niets van. Of eigenlijk zeg ik dat verkeerd. De bewoners en ondernemers van Little C merken wel degelijk iets van ons retentiedak: droge voeten en een prachtig, groene omgeving.”