'Ik ben heel resultaatgericht maar leerde nu ook voldoening te halen uit procesgericht werken'

Monique Morren behaalde na haar bachelor Bouwkunde haar master Structural Engineering and Design aan de TU Eindhoven. Tijdens beide studies werkte ze ook een dag per week bij advies- en ingenieursonderneming Arcadis. Deze kennis en ervaring maakten haar benieuwd naar de praktijk van het bouwen. Daar staat ze nu middenin, als TBI-trainee.

Waarom een traineeship en waarom bij TBI?

‘Ik koos voor een traineeship omdat ik na mijn studie meer wilde leren van de praktijk bij een aannemer, om zo te ontdekken wat goed bij mij past. Daarnaast wilde ik aandacht besteden aan mijn persoonlijke ontwikkeling. Dus ging ik op zoek naar een bedrijf met een traineeship dat al meerdere jaren draait en waarover goed is nagedacht. Want je ziet dat er veel traineeships worden aangeboden die eigenlijk niet veel meer zijn dan een junior functie. Iemand uit mijn omgeving kende TBI-trainee Rosanne Stel. Ik heb haar benaderd en ben daarna de verhalen op de site gaan lezen, werd enthousiast en solliciteerde.’

Solliciteerde je ook bij andere bedrijven?

‘Ja, ik solliciteerde bij één andere grote bouwer, maar bij TBI kwam ik meteen met de directie aan tafel, wat me het idee gaf serieus te worden genomen. Daarbij, ik vind het logisch dat je veel kritische vragen krijgt tijdens de sollicitatieprocedure, maar je wilt je ook welkom voelen. Dat voelde ik me heel erg bij TBI. Dat werd nog bevestigd toen bleek dat ik in mei mocht starten – wat ik heel graag wilde – terwijl het traineeship eigenlijk pas in september begint.’

TBI telt 19 ondernemingen, hoe maakte je je keuze bij welke te starten?

‘Het leek me slim om de eerste periode te beginnen met iets dat dicht bij mijn studie ligt: engineering. En verder spraken de grote utiliteitswerken van J.P. van Eesteren me erg aan. Dus mijn tweede gesprek was met Marco Peppel, de directeur van J.P. van Eesteren. Hij werd ook mijn mentor voor deze twee jaar. Ik kreeg een plaats binnen de afdeling Engineering waar het ontwerp wordt gecoördineerd van tenderfase tot en met het technisch ontwerp (TO). Hier mocht ik mij gaan bezighouden met de bouw van het nieuwe onderzoeksgebouw van de VU. Van tevoren kon ik niet voorzien wat hier allemaal bij zou komen kijken, maar het bleek een perfecte plek voor mij.’

Welke rol vervul je daar?

‘Ik kwam binnen toen de overdracht plaatsvond van calculatie naar uitvoering. Vanaf dat moment liep ik mee met projectmanager engineering Frank te Selle, en was ik betrokken bij het uitvoerbaar maken van het technisch ontwerp dat door de VU was gemaakt. We wisten dat dit vier maanden zou duren en daarna zou ik mogen kiezen, hier blijven in de werkvoorbereiding of naar een nieuwe tender gaan. Toen de keet eenmaal was neergezet, wilde ik niet meer weg. Ik kende de mensen en het project en was benieuwd naar de volgende fase. Daarop ging ik de projectmanager werkvoorbereiding ondersteunen.’

Wat deed je in de eerste fase?

‘Een belangrijke bijdrage leverde ik aan de planning van het uitvoeringsgereed ontwerp (UO). Dat betekende dat ik om de tafel ging met de constructeur, de gevelbouwer en het bouwkundig bureau, en met hen afstemde wat nodig was en wie daar wanneer voor zorgde. In die coördinerende rol maakte ik ook mee hoe we samenwerken met onze bouwpartner, TBI-onderneming Croonwolter&dros. Bij het maken van het tijdsschema kom je alle zaken tegen die dit onderzoeksgebouw bijzonder maken, bijvoorbeeld dat het trillingvrij moet worden, maar wel naast de Zuidas ligt. Ook leer je hoe complex zo’n integraal project is, bijvoorbeeld doordat het bouwkundig bureau de uitsparingen in de vloer pas op tekening kan zetten zodra Croonwolter&dros heeft aangegeven hoeveel ruimte er voor de installaties nodig is. Maar zij moeten daarvoor eerst alle voorzieningen hebben doorgekregen van de adviseurs van de opdrachtgever.’

En in de tweede fase?

‘Daarin had ik ook een coördinerende rol, maar nu in de werkvoorbereiding. In deze fase komen alle zaken samen. Neem de gevelkolommen. De constructeur heeft het beton berekend en gaat de wapening uitwerken. Omdat eerder is besloten dat de kolommen prefab worden uitgevoerd, wil de werkvoorbereider een tekening naar de leverancier sturen. Op dat moment meldt de gevelbouwer dat de gevel beter niet alleen in de vloer kan worden verankerd (zoals op de eerste tekening), maar dat er ook een verankering halverwege de kolom moet komen. Dan rijst de vraag: kan dit gezien de wapening in het beton of moet het anders? En hoe zit het met de elektraleidingen die Croonwolter&dros in de kolommen wil onderbrengen? En hoe wordt de zonwering bevestigd? Juist met deze onderlinge afstemming hield ik me bezig, omdat ik een engineeringsachtergrond heb.’

TBI wil graag duurzamer werken, merk je daar iets van?

‘Jazeker. Toen ik begon op de afdeling engineering bleek dat zij net een pitch voor een Innovatiebox hadden gewonnen; dan krijg je vanuit TBI een budget voor vernieuwing. Het ging om een aanpak om afval op de bouwplaats te verminderen. Daarmee ben ik me, naast mijn bouwproject, gaan bezighouden. Zo zijn we gaan onderzoeken hoeveel en wat voor soort bouwafval we produceren en wat we ermee kunnen. Daarnaast is er bij JP van Eesteren een circulaire roadmap opgesteld met doelen voor de toekomst. Duurzaamheid is echt één van de pijlers in de koers van TBI en de ondernemingen.’

Wat vond je van de eerste tweedaagse training van de TBI acdmy?

‘Dat was erg leuk. Omdat onze lichting uit maar zeven trainees bestaat, konden we deze training toch nog volgen met inachtneming van de coronamaatregelen. Het thema was communicatie en samenwerken, en je kon je daarin echt even op jezelf richten in plaats van op je werk. Zo deden we de DISC-test waarin je je bewust wordt van je eigen stijl van communiceren. We deden bijvoorbeeld een oefening waarin de een alleen maar mag vertellen en de ander alleen mag luisteren en samenvatten. Iemand vertelt bijvoorbeeld over een vakantie naar een bepaald land. Dan heb je meteen de neiging om te zeggen: ‘Wat leuk, daar ben ik ook geweest’. Dat niet doen, is echt wennen. Maar zeker nu, in een tijd waarin je veel via Teams vergadert, is luisteren en helder communiceren nóg belangrijker.’

Wil je ook iets zeggen over je persoonlijke coaching?

‘Ik had het met mijn coach over hoe ik zoek naar mijn rol in dit bouwproject. Ik ben, ook vanuit mijn studie, heel resultaatgericht en vind het lastig om voldoening te halen uit procesgericht werk. Zij vroeg me op te schrijven wat ik in mijn acht maanden had gedaan en waar ik energie van had gekregen. Dat leverde een waslijst op waar ik heel tevreden over kon zijn. Verder helpen de coaches je ook om bewust na te denken over wat je uit dit traineeship wilt halen. Dat hielp me bij het bepalen van het volgende bedrijf waar ik wil werken. Net als de hulp van medetrainees en van de trainees uit eerdere lichtingen. We hebben onderling veel contact en op deze manier kan je heel laagdrempelig met de andere ondernemingen in contact komen en je netwerk uitbreiden.’

Weet jij al wat je hierna gaat doen?

‘Ik zou naar een andere bouwfase willen en dan wat meer naar de voorkant van het traject. Het liefst bij een bouwer en ontwikkelaar op het gebied van wonen. Bij dit project heb ik de VU als één grote opdrachtgever, ik ben erg benieuwd hoe het in zijn werk gaat als je te maken hebt met heel veel verschillende opdrachtgevers: de kopers van de woningen. Daarom ga ik hierna werken bij ERA Contour aan de planontwikkeling van een woningbouwproject. Daar zal ik met nog meer afstemming te maken gaan krijgen binnen het ontwerp.’