JP Magazine

Universiteit van Amsterdam: Afbouwen binnen de beperkingen

Geschreven door Paolo Bouman voor JP Magazine
21 dec 2016

Op het Roeterseiland werkt de Universiteit van Amsterdam (UvA) aan een open stadscampus waar de faculteiten Economie en Bedrijfskunde, Maatschappij- en Gedragswetenschappen en - vanaf collegejaar 2017/2018 - ook de Faculteit der Rechtsgeleerdheid gehuisvest zijn. Vier faculteitsgebouwen zijn al gerenoveerd. De opdracht voor de afbouw van het laatste, elf verdiepingen hoge gebouw, ging naar TBI REC-A v.o.f., met daarin J.P. van Eesteren en Croonwolter&dros. Wij praten met Tom Looman, programmamanager van de UvA en René de Jonge, hoofduitvoerder J.P. van Eesteren over dit sluitstuk van een grootscheepse operatie.

René de Jonge en Tom Looman

TBI doet alleen de afbouw van gebouw A, niet de gehele renovatie. Hoe is dat zo gekomen?

Tom Looman: “Dat komt omdat we voortijdig afscheid namen van de aannemer die hiermee bezig was. Die heeft het gebouw nog wel gestript, asbest gesaneerd en een nieuwe gevel geplaatst. Voor de afbouw schreef de UvA een nieuwe tender uit.”

Waarom won TBI die tender?

Tom Looman: “Wij selecteren de Economisch Meest Voordelige Inschrijving (EMVI). Dan kijken we niet alleen naar de prijs, maar ook naar kwaliteit, team, plan van aanpak, logistiek en de omgang met de buurt. De laatste twee punten zijn op deze plek belangrijk. Binnenstedelijker dan hier kan haast niet: er wonen mensen pal naast onze gebouwen en er is heel weinig ruimte voor aan- en afvoer en al helemaal niet voor opslag. TBI gaf aan ervaring te hebben in bouwen met aandacht voor de omgeving in binnenstedelijke gebieden en dat bleek ook uit hun plan van aanpak.”

Hoe houden jullie qua geluid rekening met de omwonenden?

René de Jonge: “Wij werken in een volledig dicht pand. De ramen blijven dicht en we werken met geluiddempende schermen. Deze maatregelen reduceren het lawaai met 20 dB(A)* waarmee we tot op heden binnen de gestelde eis van 80 dB(A) zijn gebleven. Dit wordt dagelijks van 7.00 uur tot 19.00 uur gemonitord. Verder kozen we ervoor om de grootste overlast zo vroeg mogelijk in het traject, en ook geclusterd, te laten plaatsvinden. Buitenwerkzaamheden starten we nooit vroeger dan 8.00 uur. De omgevingsmanager van de UvA communiceert dit vervolgens goed aan de omgeving, zodat men tijdig weet wanneer het grootste leed te verwachten is. Ook weekendwerk wordt vooraf gemeld. Als men weet waar men aan toe is, neemt dat de irritatie grotendeels weg.”
*) De dB(A) is afgeleid van de gewone decibel, maar corrigeert de geluidssterktes voor de gevoeligheid van het (menselijk) oor.

Ook logistiek gezien moet dit een uitdaging zijn?

René de Jonge: “Dat is het, want er is maar heel weinig ruimte op en om de bouwplaats waar een vrachtwagen kan lossen. Bovendien is de campus nu al voor een groot deel in gebruik en lopen en fietsen er zo’n 15.000 studenten rond. Dus de verkeersregelaar zit geen seconde stil. Wij werken hier met just-in-time delivery via een ticketmanagementsysteem. De leverancier vraagt een ticket aan en krijgt een tijdslot waarbinnen hij mag leveren. Binnen dit systeem worden de tijden geblokt waarin ouders hun kinderen naar de nabij gelegen lagere school brengen en ophalen. Daarnaast stemmen we onze werkzaamheden en transporten af met andere aannemers die op de campus werken aan de inrichting van de buitenruimte. Zo voorkomen we filevorming.”

Binnen het gebouw zal de logistieke uitdaging niet minder zijn?

René de Jonge: “Dat klopt, want alle materialen moeten binnendoor worden aangevoerd: er is geen open gevel of open dak. Dus alles groter dan een pallet, vraagt om creativiteit. Wij hebben een interne transportroute bedacht met een goederenlift in de open vide die loopt van de vierde tot de elfde verdieping. De eerste verdieping heeft ook een vide, maar de technische tussenlaag op tweeënhalf en de derde verdieping niet. In die vloeren hebben wij daarom sparingen gezaagd en een staalconstructie aangebracht. Die moeten straks dicht en op exact die plek op laag tweeënhalf moet dan een luchtbehandelingskast worden geplaatst die zo groot is als een klaslokaal. Dat wordt nog een kunststukje want die kast moet er eerst in, terwijl hij dan nog nergens kan ‘landen’.”

Het lijkt me spannend om na beëindiging van de samenwerking met de eerste aannemer weer vol vertrouwen met een volgende partij aan de slag te gaan?

Tom Looman: “Daarom zijn we ook heel zorgvuldig gestart. We hebben met het ontwerpteam en TBI een half jaar lang fors geïnvesteerd in een verificatiefase waarin we eindeloos veel stukken doornamen en alle mogelijke problemen ter sprake kwamen. Toen daarna het contract was getekend, hebben we direct een samenwerkingsdag georganiseerd. Alle partijen spraken hun eigen belangen uit zodat we elkaar beter begrijpen en respecteren. Voor ons is tijd van belang, voor TBI zo min mogelijk wijzigingen. Nu houden we eens per zes weken het zogenaamde BOT-overleg (Benen- Op-Tafel-overleg) waarin we zonder agenda en met enige afstand tot de details van alledag alles inbrengen wat we nodig vinden om het bouwproces soepel en binnen tijd, geld en gestelde kwaliteit te realiseren.”
René de Jonge: “Dat werkt zó prettig, dat we dit met de uitvoerende partijen hebben overgenomen. In een BOT-overleg spreek je dingen naar elkaar uit waar je in de dagelijkse hectiek niet aan toe komt.”

Gaat alles naar wens?

Tom Looman: “Ik vind dat TBI flexibel meebeweegt met onze mondige organisatie. Ik kan niet wachten tot het af is. We hebben 30 juni 2017 om 15.15 uur als moment voor de sleuteloverdracht geprikt. Op 28 augustus kunnen dan de studenten naar binnen. Dat is ook de dag dat mijn AOW ingaat, al blijf ik gewoon werken.”