JP Magazine

Van top tot teen: Bart van Lunteren

Geschreven door Paolo Bouman voor JP Magazine
20 jul 2016

"HET IS PRACHTIG ALS JE ZIET DAT ZE GROEIEN"

Sinds februari 2016 is hij de nieuwe financieel directeur van J.P. van Eesteren: Bart van Lunteren. Maar nieuw bij de TBI Groep is hij, met een carrière van 13 jaar, bepaald niet. Net zo min is hij een onbekend gezicht bij Hockeyclub Houten waar hij eveneens al 13 jaar een jeugdteam coacht. We praten met hem over werk en privé.

Je werkt al dertien jaar bij TBI. Bij welke bedrijven?

“Ik werkte vier jaar bij kabellegger Baas in Waddinxveen, één jaar bij Bouwbedrijf De Vries in Emmeloord om orde op zaken te stellen, acht jaar bij TBI Infra en nu dus bij J.P. van Eesteren. Al mijn aanstellingen betroffen controllerfuncties, bij TBI Infra werd ik na drie jaar financieel directeur. Mijn banenwissels hebben te maken met de filosofie van de TBI-groep dat het gezond is om de algemeen directeur en financieel directeur na een tijdje weer uit elkaar te halen. Dat voorkomt bedrijfsblindheid, mogelijke belangenverstrengeling en teveel begrip voor situaties die niet wenselijk zijn. Daarnaast stelt het je in staat om best practices mee te nemen naar andere TBI- bedrijven.”

Is, vanuit jouw functie bezien, J.P. van Eesteren een heel ander bedrijf dan TBI Infra?

“Jazeker. TBI Infra werkt veel voor Rijkswaterstaat en ProRail, twee opdrachtgevers vanuit de overheid met vergelijkbare procedures en processen, die je op een gegeven moment heel goed kent. J.P. van Eesteren heeft met veel meer partijen te maken en dus ook met zeer uiteenlopende werkwijzen en met voortdurend veranderende contractvormen. Neem een contract met ‘geen meerwerk garantie’, alles wat je daarin vergeet te begroten, betaal je zelf. Dit maakt de risico’s bij J.P. van Eesteren groter terwijl het risicomanagement - als gevolg van de diversiteit van opdrachtgevers - een kortere ontwikkelgeschiedenis heeft dan bij TBI Infra. Gelukkig zien we risicomanagement zich goed ontwikkelen bij J.P. van Eesteren.”

Wanneer en waarom begon je als  hockeycoach? “Dat was 13 jaar geleden toen mijn dochter Mariecke (19) begon met hockeyen. Ze was toen zes. Ik dacht, als ik haar toch moet halen en brengen, kan ik daar ook zelf wel iets doen. De club gaf me vervolgens een opleiding en ik ging aan de slag. Mariecke is een jaar geleden gestopt maar twee jaar eerder begon mijn zoon Benjamin (9). Dus ik bleef coachen, nu begeleid ik, samen met twee andere ouders, het team waar hij deel van uitmaakt.”

Hoe is het om een eigen kind in je team  te hebben? “De meeste tijd maakt dat voor niemand iets uit. Maar bij Mariecke merkte ik dat ze het op een bepaalde leeftijd niet meer prettig vond door haar vader te worden gecoacht. Dat is het moment dat je moet stoppen of van team wisselen. Misschien staat me dat met Benjamin ook te wachten. We gaan het ervaren.”

Wat is er leuk aan?

“Het is prachtig als je ziet dat ze groeien, dat ze beter gaan samenspelen en hun plek in het veld en het team innemen. En de verschillen in karakters zijn boeiend. Er zitten echte mannetjes bij die graag op de voorgrond staan of alleen maar op één bepaalde positie willen spelen. Daar goed en standvastig mee omgaan is een mooi spel. Maar er gooit wel eens een speler zijn stick boos naar het hek. Wat dat betreft is het net een bedrijf. Je wilt het beste uit je mensen halen, maar je moet tegelijkertijd zorgen dat het team, dan wel het bedrijf, op de eerste plaats komt.”

Hoe doe je dat?

“Zowel als coach als financieel directeur heb je een positie waarin naar je geluisterd wordt. Maar zodra je onzin gaat vertellen, ondergraaf je die positie. Ik vind daarom dat je moet oppassen met snel oordelen of al vroeg denken dat je weet hoe het zit. Stel liever een vraag teveel dan te weinig. Daarnaast moet je weten wanneer je tussen de mensen moet staan en wanneer erboven, want er moeten ook knopen worden doorgehakt.”