JP Magazine

Verbouwing Mensa Erasmus MC

Geschreven door Paolo Bouman voor JP Magazine
20 jul 2016

EEN UITDAGING IN TIJD EN GELD

Twee jaar stond de mensa (restaurant en keuken) van het Erasmus Medisch Centrum leeg. Half april veranderde dit. In elf weken verbouwde de afdeling Verbouw, Onderhoud en Renovatie van J.P. van Eesteren de 1.879 m2 in een nieuwe werkruimte. Hier gaan ruim 100 medewerkers uit tal van disciplines de nieuwe werkwijzen voorbereiden en implementeren die in het nieuwe Erasmus MC van 2018 zullen worden gehanteerd.

Clemens Heijs (links) en Marcel Moerenhout (rechts)

Clemen Heijs (links) en Marcel Moerenhout (rechts)

Het 50 jaar oude hoofdgebouw van het Erasmus MC krijgt in 2018 een gloednieuwe opvolger op het eigen terrein. Maar voor het zover is worden in fasen allerlei afdelingen geherhuisvest, oude delen van gebouwen gesloopt, nieuwe gebouwd en in gebruik genomen. Zo werd in 2014 het nieuwe bedrijfsrestaurant opgeleverd waardoor de bestaande mensa leeg kwam te staan. “Lange tijd hadden we hier geen bestemming voor, maar dat veranderde eind 2015”, vertelt projectmanager Clemens Heijs van het Erasmus MC. “In het nieuwe ziekenhuis zullen namelijk niet alleen de stenen nieuw zijn, maar ook de processen. Dit betekent dat er nieuwe procedures moeten worden ontwikkeld en dat ook de automatiseringssystemen moeten worden aangepast. Dat is een enorme klus en de groep mensen die dit gaat klaren, wilden we in dezelfde ruimte zetten zodat de heel verschillende disciplines optimaal met elkaar kunnen samenwerken.”

Iets te fors prijskaartje

“Eén van de grootste uitdagingen voor ons als bouwbedrijf was het realiseren van een ingrijpende bezuiniging op het gevraagde ontwerp”, vertelt projectleider Marcel Moerenhout van J.P. van Eesteren. “De kosten daarvan bleken veel te hoog, ook omdat het hier om een tijdelijke bestemming gaat. Daarop hebben wij voorgesteld de bestaande dekvloer niet te verwijderen en de stroom- en datavoorziening voor de werkplekken niet in de stenen vloer weg te werken maar in kabelgoten met flexibele slangen naar de bureaus. Het betonnen plafond zou met een vier centimeter dikke akoestische laag worden bespoten. Het ging om 1.000 m2, maar de berekeningen lieten zien dat je met de helft waarschijnlijk ook de gewenste geluidsdemping kon behalen. Wij hebben toen voorgesteld alleen de helft te bespuiten, na inrichting opnieuw te meten en wanneer nodig de overige demping met panelen te realiseren. Die meting moet nog plaatsvinden maar de gebruikers zijn nu al heel tevreden, dus de verwachting is dat we het hiermee redden. Ook wisten we te besparen door bijvoorbeeld de pantry met underlaymentplaat uit te voeren en door maatmeubilair te vervangen voor standaard oplossingen van onze leverancier. Zo drongen we de kosten met zo’n 30% terug terwijl de functionaliteit en uitstraling van het oorspronkelijke ontwerp behouden bleven.”

Het voordeel van ‘kind aan  huis  zijn’

Clemens Heijs: “Omdat J.P. van Eesteren hier al 25 jaar onderhoudt en verbouwt, kent men ons bedrijf door en door. Hun eerste voorstel voor het plan van aanpak was dan ook al meteen haalbaar. Ook weten ze welke gebieden gevoelig zijn voor overlast en op welke tijden. Boven de mensa bevinden zich collegezalen van de medische faculteit. Overlastgevende activiteiten hebben ze om de colleges heen gepland. En toen door de onverwachte vondst van asbest de bouw bijna twee weken vertraging ondervond, wist J.P. van Eesteren dit in te halen met overwerk, maar ook door de bouwvolgorde flexibel aan te passen.”

Marcel Moerenhout: “Het gebeurt niet vaak dat je het plafond, de vloer, de wanden en het schilderwerk op een kleine ruimte gelijktijdig onder handen neemt zonder dat er conflicten op de werkvloer ontstaan, maar in dit geval wel. Er stonden zo’n 60 spelers tegelijk in het veld die daarbinnen allemaal hun eigen verschuivende gebiedje hadden. Maar projectvoorbereider Wim Boesveld en uitvoerder Leo van der Veeken wisten dit in perfecte harmonie te begeleiden. Het resultaat is een geslaagde renovatie, op tijd en binnen budget, in een gebouw dat J.P. van Eesteren 50 jaar geleden bouwde.”