JP Magazine

Vier jaar later: het Rijksmuseum

Geschreven door Paolo Bouman voor JP Magazine
20 jul 2016

“Een fraai gebouw opleveren is niet het moeilijkst. Zorgen dat alles jaren later nog steeds werkt en even prachtig is, dát is de kunst”, vertelt  Stefan Meegdes. Vijf jaar lang werkte hij als projectmanager van J.P. van Eesteren aan de ingrijpende verbouwing en renovatie van het Rijksmuseum. Een operatie die in totaal tien jaar langer duurde dan de oorspronkelijke bouw en driehonderd keer meer kostte. Vier jaar na de oplevering keren we terug naar het 131 jaar oude gebouw om de stand van zaken  op te nemen.”

Stefan Meegdes

“De eerste twee keer dat ik het Rijksmuseum na de heropening bezocht, keek ik alleen maar naar het gebouw en hoe onze vernieuwingen er bij stonden. Pas de derde keer kreeg ik oog voor de tentoongestelde kunst. Maar goed, het gebouw is zelf ook een kunstwerk. Het is gebouwd in een veel oudere stijl dan wat in 1880 gebruikelijk was. Architect Cuypers wilde hier een soort kerk maken die je tegelijk een wandeling door de Nederlandse Bouwkunst biedt: van Romaanse naar Gotische stijl, naar barokke elementen. Daarnaast zijn er invloeden uit Nederlands-Indië in verwerkt. Daar wordt hij nu om geroemd maar destijds ondervond hij veel weerstand. Vooral de kerkelijke opzet van het ontwerp - met de Nachtwacht als altaar aan het eind van het middenschip - werd door het gereformeerde Amsterdam niet gewaardeerd.”

Is het gebruikelijk dat je dit soort dingen weet als projectmanager van een bouwbedrijf?

“Als je niets weet over het verleden, hoe kun je dan met respect voor dat verleden renoveren? Sommige dingen moet je weten. Stel, je wilt een lamp ophangen. Dan zou je in het plafond een gat boren. Maar dat kan hier niet. De ruimten hier zijn opgetrokken als gemetselde gewelven. Je krijgt dus allemaal scheibogen met daartussen een soort omgekeerde piramides. Daar werd dan een vloer op gemaakt en om de onderliggende ruimten zo goedkoop mogelijk te vullen werden ze aan de bovenkant volgestort met zand, puin of hoogovenslakken. Boor je een gat in zo’n boogplafond dan loopt die vulling eruit als een zandloper en stort de vloer erboven in. Dat soort dingen moet je weten, daarnaast ben ik zelf ook een echte bouwfiel. Dus ik verdiep me met plezier in de geschiedenis.”

Wat trof je aan toen je hier in 2008 bij betrokken werd?

“Je zou kunnen zeggen dat het interieur van het Rijksmuseum in de loop van haar geschiedenis een soort witte doos was geworden die geheel dienstbaar was aan de kunst. Die ontwikkeling startte al direct na de oplevering in 1885 want de directie van het museum vond het idee van een kerk helemaal niets. De gedetailleerde wandschilderingen en de prachtige terrazzo vloer met de fraaie mozaïeken zouden maar afleiden van de kunst. Dus werden de wandschilderingen al na twee jaar in een egale kleur overgeschilderd en over de vloer werd marmoleum gelegd. In de tweede helft van de vorige eeuw, toen de terrazzovloer begon te scheuren, werd die er in zijn geheel uitgeschept. Er werd beton gestort en parket gelegd. Het doel van de verbouwing was om de opzet van Cuypers in ere te herstellen en tegelijk het gebouw en de installaties aan te passen aan de eisen van nu.”

Het reconstrueren van de vloer was een  van de taken van J.P. van Eesteren?

Dat klopt. Onder leiding van Van Hoogevest Architecten hebben we de bestaande documentatie van het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) gebruikt om het ontwerp van de vloer vast te stellen. Maar toen we dat wisten, was het nog gissen wat de exacte kleur moet zijn geweest. We zijn daarop naar Italië gegaan om aan de hand van wat er aan marmeren steentjes bestaat, die tinten te vinden die het meest passen bij de wandschilderingen. Omdat we in de vloer ook een hypermoderne elektrotechnische installatie wilden leggen voor data en audio, hebben we de mozaïekmedaillons als techniekluiken uitgevoerd waardoor het onderliggende systeem van ‘pots and pipes’ bereikbaar is. Er ligt nu een vloer met het uiterlijk uit 1880, maar met de kwaliteit van nu. En het ligt er nog steeds perfect bij. Zo heeft alles wat je hier ziet een verhaal. Zo zijn er wel honderd verhalen.”

Ik wil nog wel een verhaal.

“Nou, neem de houten heipalen waarop het museum rust. Die hangen in veengrond. Veen werkt als een spons. Bij extra belasting zakt de paal dieper en bij ontlasting veert de paal omhoog. Deze verbouwing leidt tot een heel nieuwe gewichtsverdeling van het bestaande gebouw, terwijl de nieuwe kelders en tunnels nauwelijks zetten doordat die op een moderne fundatie staan. Het zetten van het bestaande gebouw gaat zich in de loop der jaren manifesteren. Daar moesten wij rekening mee houden door de aansluitingen tussen de verschillende gebouwen te ontkoppelen. Tussen de vloer van de overdekte binnenplaats en de wanden is rekening gehouden met het zetten, ofwel zakken, van het gebouw met 5 cm. Doe je dat niet, schuiven bijvoorbeeld de natuurstenen wandpanelen in de binnenplaatsen er straks af.”

Nog een?

“De constructie van de wanden. De meeste kunst hangt aan een montageconstructie boven de wand, maar de directie van het Rijksmuseum wilde dat de kunst ook direct aan de wand zou kunnen hangen en eiste een belastbaarheid van 100 kilo per m2. Dan ga je in de tabellenboekjes van de leveranciers kijken en ontdek je dat hier geen standaardoplossing voor bestaat. Dus wij bedachten zelf een constructie en bouwden een proefopstelling waar we een aantal maanden lang vier zakken cement aan hingen. En dan aan dezelfde schroeven en pluggen die het museum gebruikt. Voor bijna alles dat we hier deden gold dat er geen standaardoplossing voor bestaat. Ook de vele beveiligingspoorten voor brand en inbraak zijn geen poorten die je ergens kunt kopen. Die hebben we zelf stuk voor stuk voor het Rijksmuseum ontwikkeld, tot en met de certificering. Van de circa 100 poorten zijn er misschien drie hetzelfde. Dat maakt een project als dit zo boeiend. Zeker als je nu ziet dat het allemaal werkt en er nog steeds goed uitziet.”

“Absolutely beautiful!”

James en Elizabeth Bell uit Alabama, Verenigde Staten, blijken verrassend goed op de hoogte van het Rijksmuseum. Zelfs de datum van de oorspronkelijke bouw en tijdsduur van de verbouwing noemt James moeiteloos in zijn enthousiasme.

“Het Rijksmuseum is een van de highlights in onze cruise over  de Rijn die eindigt in Bazel. We hadden niet eerder van het museum gehoord, maar we kenden natuurlijk wel  de werken van Rembrandt. Dus we wilden hier zeker naar toe. Wat een fantastisch gebouw is dit! Oud en nieuw tegelijk, alles  oogt zo fris. We konden onmogelijk alle kunstwerken zien,  er is zoveel. Maar  de Nachtwacht hebben we  mooi  binnen. Was Obama hier twee jaar geleden ook? Nee, dat hebben we gemist.”