Voor woontoren HAUT moest J.P. van Eesteren bijna opnieuw leren bouwen

Geschreven door Ad Tissink in Cobouw
17 jun 2021

(c) Jannes Linders

Wie met CLT aan de slag gaat haalt zich heel wat op de hals, ervaren ze bij J.P. van Eesteren. Want het hout van de vloeren van woontoren HAUT mocht onder geen beding nat worden. Dat gegeven werd leidend voor het hele bouwproces.

Het wordt de hoogste houten woontoren ter wereld. Dat dat maar even duidelijk is. In Noorwegen en Wenen staan een hotel en kantoorgebouw die net wat hoger zijn en ook opgetrokken uit cross laminated timber, CLT. Maar HAUT aan de Amstel in de hoofdstad is eind dit jaar het hoogste woongebouw. En dat blijft volgens projectmanager Jeroen Dunnebacke voorlopig wel even zo. “Er zijn eigenlijk geen serieuze kapers op de kust. Plannen voor houten hoogbouw zijn er in overvloed, het ene nog wilder dan het andere. Maar ze zijn niet allemaal even realistisch en stuk voor stuk nog mijlenver verwijderd van uitvoering.”

Niet dat ze die wedstrijd nou het allerbelangrijkste vinden bij aannemer J.P. van Eesteren. Maar zo’n wapenfeit spreekt breed tot de verbeelding en draagt toch bij aan de reputatie die de van oorsprong Rotterdamse aannemer graag koestert. HAUT past wat directeur Marco Peppel betreft prachtig in het rijtje van Triodos Bank, Markthal Rotterdam en de Kuip. En al die andere iconen
waarmee de aannemer in een kleine eeuw zijn stempel drukte op
Nederland.

Hybride constructie

Strikt genomen is de 73 meter hoge woontoren een hybride constructie. Hout vormt een belangrijk bestanddeel, maar beton doet ook mee en is noodzakelijk. Dat geldt voor het HoHo Wien en de Noorse Mjøstårnet toren evengoed. Boven de vijf à zes verdiepingen is dat onvermijdelijk, weet Dunnebacke. “Hoewel je bij die lagere woongebouwen ook algauw massa nodig hebt voor je akoestische isolatie. Voor de brandveiligheid is beton soms ook prettig. Net als voor de stabiliteit van de hoofddraagconstructie via de kern. Maar we hebben dus 2800 kuub beton weten te vervangen door hout. Dat betekent echt wel iets.”

Op de 16 centimeter dikke vloeren voor HAUT zit dus een laag van 8 centimeter beton. Verbonden met de CLT via gefreesde sleuven en schroefdeuvels om schuifspanningen op te nemen. Dat pakket is compleet geprefabriceerd bij onderaannemer Brüninghoff in Duitsland en op vrachtwagens naar Amsterdam gereden. Omdat de vloeren lekker licht waren kon er hoog gestapeld worden.

 

Meer nog dan de wanden, die wel compleet uit 30 centimeter dik CLT zijn opgetrokken, zijn die hout-betonvloeren volgens Dunnebacke verantwoordelijk voor de werkvolgorde op de bouwplaats aan de Amstel. Want water op het grensvlak van beton en hout moest absoluut voorkomen worden. Zodra de naad tussen de prefab vloerplaten namelijk is afgestort kan ingesloten water nooit meer weg en ligt houtrot op de loer. De verkleuringen en vochtplekken die het oplevert zijn trouwens ook niet gewenst. Want de onderkant van die vloeren zijn na oplevering het meest tastbare bewijs van de bijzondere constructie van de woningen. De wanden zijn overal ingepakt achter brandwerende platen. Maar aan de onderkant van die vloeren laat HAUT zijn ware aard zien.

Niet dogmatisch

Dat lijkt misschien jammer, maar het hout moet volgens directeur Peppel ook geen dogma zijn. “Dat was voor alle betrokkenen vanaf het begin duidelijk. Het materiaal is in de eerste plaats toegepast vanwege de positieve milieu-impact: het feit dat het CO2 vastlegt in plaats van uitstoot. Maar de 52 woningen in de toren zijn in eerste plaats erg luxe en comfortabel en bieden een prachtig uitzicht door bijna verdiepingshoge glazen panelen. Daar past geen blokhutachtige uitstraling bij.”

Bij de wanden is het gevaar dat zich in de bouwfase vocht ophoopt veel kleiner. Door de verticale stand loopt het water gemakkelijk weg en de kopse kanten zijn tijdelijk goed te beschermen door ze af te dekken. Dan is het niet meteen een probleem, omdat alles toch achter voorzetwanden verdwijnt.

Directievoorzitter Marco Peppel - (c) Paolo Bouman

Speelruimte

Om die reden waren de vloeren leidend bij de bouw. Dunnebacke en zijn mensen hadden echter geen zin om weken duimen te zitten draaien in afwachting van het juiste weer. “We spraken af met Brüninghoff dat als ze geen vloeren konden leggen vanwege de regen het proces dan zo zouden inrichten dat ze dan andere dingen konden doen. Anders konden wij geen planning maken.” Op die dagen plaatsten ze de dragende wanden van CLT. Ook de sluitende geveldelen, houtskeletbouw-elementen met bijna verdiepingshoog glas, konden al worden geplaatst voordat de volgende vloer op zijn plek lag. Maar het kon ook daarna. Zo bood de bouwcyclus voldoende speelruimte om met een vast ritme van één week per verdieping omhoog te gaan. Binnen een week stond de constructie en was de gevel dicht.

Het betekende wel dat plaatsing van de balkons en afwerking van de gevel later volgde. Dat is ook de de reden dat HAUT daarna volledig werd ingepakt met een steiger. Die is opgebouwd nadat de toren op hoogte was zodat van boven naar beneden de balkons aangehangen kunnen worden en de gevel afgewerkt, inclusief de geïntegreerde PV-panelen tegen de gevel en balkons. Maar langzaam verdwijnt die steiger dus en pakt J.P. van Eesteren het houten cadeau uit voor de stad Amsterdam. Mede namens ontwikkelaar Lingotto en Team V architecten.

Evenementenbureau HAUT

Je zou bijna vergeten dat er ook nog zoiets was als corona. Daar heeft het project volgens Peppel betrekkelijk weinig hinder van ondervonden. De uitvoerders van HAUT hebben hem wel eens toevertrouwd dat de pandemie hen achteraf niet slecht uitkwam. “Ze hadden wel een evenementenbureau kunnen beginnen op de bouwplaats, zo groot was vooraf de belangstelling voor het project. Doordat alle bouwbezoeken en excursies werden afgeblazen of de vorm kregen van online evenementen, konden ze ongestoord hun werk doen. Niet de bezoekersstromen, maar het bijzondere bouwmateriaal bepaalde de werkzaamheden op de bouwplaats en dicteerde het tempo. Geloof me. Dat was al uitdagend genoeg. Voor iedereen op de bouwplaats; van hoog tot laag.”

Hout moet

Projectmanager Dunnebacke  heeft bijvoorbeeld tijdens zijn opleiding civiele techniek aan de TU Delft geen les gehad in het materiaal hout; hooguit één keer zijdelings bij het vak materiaalkunde, maar zeker niet als constructiemateriaal. Peppel kreeg in dat opzicht nog meer houtkennis mee tijdens zijn opleiding op de HTS Rotterdam. Een docent met een achtergrond in de houtbouw, herinnert hij zich nog, schreef ooit provocerend op het schoolbord: “Hout moet”. Omdat de man ook wel wist dat zijn favoriete materiaal een ondergeschoven kindje was in de bouwwereld, voegde hij daarna twee keer de letter ‘d’ toe. Toen stond er ineens ‘houdt moed.’ Peppel is het nooit vergeten.

CLT bestond toen trouwens nog niet. Dat ruim 25 jaar later houtbouw zo’n hoge vlucht zou nemen, had hij ook nooit kunnen bevroeden. Maar hij juicht het van harte toe. “Het feit dat je geen CO2 uitstoot, maar juist opslaat, daar valt natuurlijk geen speld tussen te krijgen. Welbeschouwd is het niet meer dan logisch dat hout weer de plek opeist die het in het verleden altijd had in de bouw.”

HAUT Amsterdam

  • Hoogte: 73 meter
  • 52 woningen over 20 lagen
  • Hoeveelheid hout: 2800 kuub
  • Ontwerp: Team V Architects
  • Constructeur: Arup
  • Ontwikkelaar: Lingotto
  • Aannemer: TBI /  J.P. van Eesteren
  • CLT: Mayr-Melnhof Holz, Oostenrijk
  • Hybride houtconstructie: Brüninghoff, Duitsland