JP in de media

Vooraf waardering voor bouw woontorens Wilhelminapier Rotterdam

Geschreven door vakblad B:ton
18 nov 2016

Er was voor aanvang van de bouw van de woontorens Boston & Seattle op de Wilhelminapier in Rotterdam veel waardering voor de plannen én voor de manier waarop J.P. van Eesteren, in opdracht van VOF Pier III, een samenwerkingsverband van BPD Ontwikkeling en Synchroon Ontwikkelaars, de realisatie ter hand nam. De markante architectuur in gedetailleerd metselwerk met bronskleurige kozijnen, de bestemming van 110 appartementen voor oud-medewerkers van de Holland Amerika Lijn die hier hun thuisbasis hadden en de bouwmethode in prefab beton met een logistiek die wordt gecommuniceerd met omwonenden leiden tot applaus vooraf, zo merkte projectmanager Edwin van Breugel. “We hebben alle partijen vooraf kunnen overtuigen van een constructie met dragende prefab sandwichelementen. Door in de voorbereiding alle partijen mee te nemen in de ontwikkeling van de technische uitwerking van de sandwichgevel, hebben wij iedereen kunnen overtuigen van een hoogkwalitatieve uitwerking van de gevel.”

De bouw van de woontorens Boston & Seattle was voorzien in natte bouw met een tunnelbouwsysteem. De namen Boston & Seattle refereren aan de voormalige pakhuizen die op deze locatie hebben gestaan. “Het constructie-ontwerp was op natte bouw gemaakt en daarop was ook de vergunning verleend,” legt ing. Van Breugel van J.P. van Eesteren uit. “Echter, de tijdsdruk was groot nadat de ontwikkeling tijdens de economische crisis eerst vertraging had opgelopen. Toen de ontwikkeling en dus verkoop/verhuur van de appartementen in een stroomversnelling kwam, was het opeens gas geven. Het is natuurlijk ook een zeer geliefde woonlocatie. Dat blijkt bij de 110 appartementen in toren Seattle voor Stichting HAL Wonen, bestemd voor deelnemers in het pensioenfonds van de scheepvaart/cruisemaatschappij, de 48 huurwoningen voor Vesteda en 62 koopappartementen in toren Boston. De woningen zijn feitelijk allemaal al vergeven.

Door de tijdsdruk hebben wij als bouwer voorgesteld om de natte betonbouwmethode om te zetten in prefab beton. Dat is sneller, praktischer en levert een hogere kwaliteit op.” Het betekende wel dat onder andere opdrachtgevers, architecten Frits van Dongen en Patrick Koschuch, hoofdconstructeur Zonneveld en gemeente Rotterdam als vergunningverlener moesten worden overtuigd. Een opzet met dragende prefab betonnen sandwichelementen, kant en klaar bekleed met metselwerk en voorzien van kozijnen en beglazing is niet alledaags. Met voorts prefab gevelelementen, balustrade elementen, vloersystemen en plafondplaten. “Zodat we het gebouw als legoblokjes kunnen opbouwen. Ook als aannemer wil je dat alles in de voorbereiding nauwgezet is onderzocht en uitgedetailleerd, zodat je bijna 12.000 m2 gevel (758 zware sandwichpanelen) in één keer wind- en waterdicht bouwt.”

Lucht- en waterdicht

Vooral de lucht- en waterdichtheid van de gevels is uitvoerig besproken en getest. Maar ook het esthetische beeld is met grote zorgvuldigheid bewaakt. Van Breugel: “De architect wil geen beeld waarbij je de elementen van veraf kunt herkennen in een gebouw. Er is gekeken hoe het metselwerk op het betonnen buitenspouwblad mooi doorloopt. Zo zijn dilatatievoegen in neggen en donkere hoeken geplaatst en afgestemd op voegen van naastliggend metselwerk. De architect wil ook zo slank mogelijke elementen, maar de constructeur is leidend. Door het toepassen van een inpandige stallingsgarage wordt de toepassing van een tweede constructieve draagweg zwaar gesteld. Immers, het gebouw moet blijven staan mocht men een kolom beschadigen. Door toepassing van prefab wordt het krachtenspel verplaatst en dienen deze krachten binnen de vijfde tot en met tiende verdieping te worden afgevoerd naar de stabiliteitskernen van het gebouw.”

De projectmanager spreekt van een goede technische detaillering met oog voor alle partijen. “Westo Prefab Betonsystemen wil als betrokken betonfabrikant liefst zo efficiënt mogelijk produceren. De architect eist dat beoogde gevelbeeld. De constructeur wil dat alles aan de berekeningen voldoet. Als bouwer kijken wij naar het geheel en met name de bouwkundige onderdelen als lucht- en waterdichtheid en een goede bouwfysische detaillering. Zo willen wij de gevel per verdieping een voorziening van de waterhuishouding laten hebben om zo later eventuele lekkages makkelijk op te sporen en te verhelpen. De kwaliteit van prefabricage ligt hoger dan wanneer je op de bouwplaats moet fabriceren. Toch houd je toleranties. In de fabriek, door temperatuurwisselingen van materialen en montagetoleranties. Door een zorgvuldige detaillering hebben wij die toleranties getackeld. Zo lopen bijvoorbeeld de voegen van het metselwerk keurig door in het gevelbeeld.”

Mock-up element

J.P. van Eesteren heeft daarbij niets aan toeval overgelaten. “Dit is voor het eerst dat wij in een woontoren met prefab sandwichpanelen werken. We hebben wel veel ervaring met prefab beton in de utiliteitsbouw. Ook in Rotterdam met gebouw T bij de Erasmus Universiteit met prefab betonnen sandwichelementen, dat ik zelf heb mogen begeleiden. In workshops hebben wij de detaillering van de elementen uitgewerkt, uiteraard ook in overleg met de prefab betonfabrikant die veel kennis bezit. Voorts hebben wij een mock-up gevelelement gemaakt en aan iedereen laten zien. Tevens is de lucht- en waterdichtheid zowel in de fabriek als in het werk getest. Bij het zien van het element was overigens iedereen zeer enthousiast. Het ziet er ook prachtig uit.”

De bouwer is in 2014 begonnen met de bouw van de ondergrondse parkeergarage onder de torens. Deze is in april dit jaar door Q-Park, dat de garage voor 30 jaar exploiteert, al in gebruik genomen, terwijl er boven moet worden gebouwd, nu en in een latere fase voor een derde toren naast Boston & Seattle. “Dat bouwen boven de parkeergarage is bijzonder, want het is een ondergrondse garage die weliswaar voor 90% gereed is, maar nog geen compleet dak heeft.” Op de begane grond van de torens komen in een gemeenschappelijke onderbouw commerciële ruimten, naar verwachting enkele gezondheidsfuncties en een koffiecorner/ kleine horeca. Daarboven 4 bouwlagen met plek voor 225 auto’s en plek voor gemeenschappelijke ruimten voor de bewoners. Na de 5e bouwlaag rijzen de 2 torens op, met daartussen een terras voor de bewoners. In totaal 23 verdiepingen en 70 meter hoogte. “Het beleid op de Wilhelminapier is dat er een afwisseling is van hoogte en dat men door de gebouwen heen moet kunnen kijken over de pier. Dat is stedenbouwkundig zo opgezet. Zo komt naast deze 2 torens nog de genoemde lagere 3e toren en nog een 4e, extra hoge toren. Dan is er tot 2025 nog plek voor 2 andere torens op de Wilhelminapier en dan is dit gebied volgebouwd.”

Wind als logistieke spelbreker

Het oogt nu al behoorlijk bebouwd met de diverse hoogbouwprojecten op de pier. Het is qua logistiek geen gemakkelijke bouwlocatie en ook dat speelde mee om voor prefab beton te kiezen. Van Breugel over de lastige bouwlocatie: “Er meert hier bijna elke week een groot cruiseschip aan, soms wel een aantal per week. Op dat moment mogen wij geen prefab panelen aanvoeren of inhijsen. We moeten rond de cruise-activiteiten plannen. Bovendien hebben wij geen laad- en losruimte, dat moet vanaf de openbare weg gebeuren en dan wordt het verkeer naar de andere kant van de pier gedirigeerd. Het  staat of valt met goede afspraken. We laten twee keer per week de vrachtwagens met prefab sandwich betonelementen komen voor een hele verdieping en die worden in speciale sledes gelost, zodat de kraan die later makkelijk kan oppakken en de vrachtwagens de sledes weer kunnen meenemen. Deze logistiek is prima te plannen. Grote spelbreker in het verhaal is de wind. Het waait hier altijd vanaf het water langs de hoge bebouwing. En als de wind te krachtig is, ligt de plaatsing door het montagebedrijf stil. Maar we liggen goed op schema.”

Die wind is eveneens uitvoerig onderzocht. Daarbij zijn zelfs schaalmodellen van de torens gemaakt. Gevolg was onder meer dat de balkonschermen zijn opgehoogd, zodat de bewoners vaker buiten kunnen zitten, zonder al te veel hinder van de wind. Dat kan vanaf september/oktober 2017, verwacht Van Breugel. “Ik ga ervan uit dat de waardering dan nog groter is dan dat hij was bij de presentatie van de mock-up gevel en bij de reacties nu het gebouw halverwege op hoogte is. De toekomstige HAL-bewoners en kopers, die tijdens de Dag van de Bouw al een kijkje hebben mogen nemen, zijn razend enthousiast. Voor hen voelt het als thuiskomen. Los daarvan zijn het prachtige woontorens. Met straks een schitterend uitzicht over Rotterdam en de vele scheepvaartactiviteiten.” Het resultaat wordt tevens een aanwinst voor dit populaire gebied. Dankzij de robuuste, gedetailleerde metselwerkarchitectuur met gemêleerde bakstenen en oog voor detail. Dat geldt ook voor de lamellen van de private parkeergarage boven de plint. Die krijgen fraaie afbeeldingen uit de geschiedenis van de Holland-Amerika Lijn. Ook Boston & Seattle worden architectonische trekpleisters van de pier, net als hun grote broers en kleine zusters op dit historische stukje Rotterdam.

Partijen

Aannemer: TBI-onderneming J.P. van Eesteren
Opdrachtgever: V.o.f. Pier III
Ontwikkelaars: Bouwfonds Property Development en TBI-onderneming Synchroon Ontwikkelaars
Architect: Van Dongen-Koschuch Architects and Planners
Co-architect: CAE Nederland B.V.
Adviseur technische installaties: Techniplan Adviseurs BV
Adviseur windhinder: Peutz B.V.
Adviseur bouwkosten: Basalt bouwadvies BV
Constructeur: Zonneveld Ingenieurs en HaskoningDHV Nederland B.V.
Plaats: Rotterdam
Omvang: 48.757 m²
Looptijd bouw: Augustus 2014 - september 2017
Oplevering gebouw: September 2017

Dit artikel is in november 2016 door vakblad B:ton gepubliceerd. Het artikel is ook op de website van B:ton te vinden.